De Deltawerken in Zeeland: welke waterwerken horen erbij en waarom zijn ze gebouwd?

De Deltawerken in Zeeland: welke waterwerken horen erbij en waarom zijn ze gebouwd?

In Ouwerkerk staat de herinnering aan 1953 nog altijd dichtbij. Niet als een abstract hoofdstuk uit een geschiedenisboek, maar als iets dat families, dorpen en het landschap van Zeeland blijvend heeft veranderd. In de nacht van 31 januari op 1 februari brak het water op veel plekken door. In Zeeland kwamen daarbij 865 mensen om het leven.

Uit die ramp volgde een ingreep die de provincie voorgoed zou veranderen: de Deltawerken. Wie nu over de dammen rijdt, ziet vooral asfalt, water en sluizen. Daarachter zit een groter verhaal. Het gaat over veiligheid, over de verbinding tussen eilanden en over de vraag hoe Zeeland met de zee kan leven zonder opnieuw zo kwetsbaar te zijn.

Waarom de Deltawerken in Zeeland zijn gebouwd

Na de Watersnoodramp stelde de overheid de Deltacommissie in. Die moest met een plan komen om het zuidwestelijke deltagebied beter te beschermen tegen stormvloeden. De uitkomst was helder: zeearmen afsluiten waar dat kon, keringen bouwen waar dat nodig was en zo het risico op overstromingen sterk verkleinen.

Voor Zeeland betekende dat veel meer dan een technisch project. De provincie bestond uit eilanden en schiereilanden die onderling minder direct verbonden waren dan nu. Door de nieuwe dammen en wegen veranderde het dagelijks verkeer ingrijpend. Reizen tussen Walcheren, Noord-Beveland, Zuid-Beveland, Tholen, Sint-Philipsland en Schouwen-Duiveland werd eenvoudiger.

Ook het landschap kreeg een ander gezicht. Open zeearmen werden op sommige plaatsen meren. Het Veerse Meer en het Grevelingenmeer zijn daar bekende voorbeelden van. Wie er nu langs rijdt, ziet rustig water op plekken waar vroeger eb en vloed vrij spel hadden.

Welke Deltawerken horen bij Zeeland

Binnen Zeeland gaat het om deze werken: de Oosterscheldekering, de Brouwersdam, de Grevelingendam, de Philipsdam, de Oesterdam, de Veerse Gatdam, de Zandkreekdam en de Bathse Spuisluis.

Niet elk werk heeft dezelfde functie. De ene dam sloot een water af, de andere scheidt zout en zoet water, en weer een andere helpt bij de afvoer en verversing van water. Samen vormen ze een systeem dat veiligheid en waterbeheer met elkaar verbindt.

De Oosterscheldekering

Tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland ligt het bekendste onderdeel van de Deltawerken in Zeeland: de Oosterscheldekering. Dit is de stormvloedkering die vaak wordt gezien als het gezicht van het Deltaplan.

De kering is, met Neeltje Jans erbij, ongeveer 9 kilometer lang. De bouw duurde van 1967 tot 1986. Het werk bestaat uit 65 betonnen pijlers en 62 stalen schuiven. Als het water te hoog komt, gaan die schuiven dicht. De bediening gebeurt vanuit het Topshuis op Neeltje Jans.

Juist hier is goed te zien dat veiligheid in Zeeland niet het enige argument was. Er lag eerst een plan om de Oosterschelde volledig af te sluiten. Daar kwam veel verzet tegen, onder meer vanwege de natuur en de mossel- en oestercultuur. Uiteindelijk viel het besluit voor een halfopen kering. Daardoor bleef het getij behouden en bleef het zoutwatermilieu grotendeels bestaan.

Dat compromis maakt de Oosterscheldekering bijzonder. Het is een waterbouwkundig werk, maar ook een uitkomst van een maatschappelijk debat dat in Zeeland sterk werd gevoeld.

De eerste dammen: Zandkreekdam en Veerse Gatdam

De Zandkreekdam was het eerste voltooide Deltawerk in Zeeland. De dam werd aangelegd in 1959 en 1960 tussen Noord-Beveland en Zuid-Beveland. Met een lengte van ongeveer 830 meter is het geen groot werk in omvang, maar historisch is het wel een belangrijk beginpunt.

Over de dam loopt de N256. Voor de scheepvaart kwam er de Zandkreeksluis. Samen met de Veerse Gatdam zorgde deze afsluiting voor het ontstaan van het Veerse Meer. Later kwam daar via de Katse Heule weer een beperkte verbinding met zout water bij.

De Veerse Gatdam volgde kort daarna. Die ligt tussen Walcheren en Noord-Beveland en werd gebouwd van 1958 tot 1961. De dam is ongeveer 2,8 kilometer lang. Over de dam loopt de N57. Er is geen schutsluis voor doorgaande scheepvaart.

De gevolgen waren niet alleen op de kaart zichtbaar. In Veere veranderde ook het leven rond de haven. De vissersvloot verplaatste zich naar Colijnsplaat, omdat de situatie op het water door de afsluiting ingrijpend veranderde.

Grevelingendam en Brouwersdam

Verder naar het noorden liggen de Grevelingendam en de Brouwersdam. Beide werken hangen samen met de afsluiting van de Grevelingen.

De Grevelingendam werd gebouwd tussen 1958 en 1965. Hij ligt tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee. Dat laatste ligt in Zuid-Holland en hoort dus niet bij Zeeland, maar de dam is voor Schouwen-Duiveland wel van groot belang geweest. Door dit werk veranderde de waterbeweging in de Grevelingen, het Volkerak en het Haringvliet.

De Brouwersdam kwam gereed tussen 1962 en 1971. Ook deze dam verbindt Schouwen-Duiveland met Goeree-Overflakkee. Hij is ongeveer 6,5 kilometer lang en scheidt de Noordzee van het Grevelingenmeer. Over de dam loopt de N57.

Door deze afsluiting ontstond het Grevelingenmeer, nu bekend als een groot zout meer dat veel ruimte biedt aan watersport en recreatie. Voor Zeeland betekende dat opnieuw een verschuiving: van open zeearm naar een gebied met andere kansen en ander gebruik.

Philipsdam en Oesterdam

Een latere fase van de Deltawerken draaide sterker om de scheiding tussen zout en zoet water. De Philipsdam is daar een goed voorbeeld van. Deze dam werd gebouwd tussen 1976 en 1987. Hij ligt bij Sint-Philipsland en vormt de verbinding richting Tholen en de Grevelingendam.

De Philipsdam scheidt het zoete Volkerak-Zoommeer van de zoute Oosterschelde. In de dam liggen de Krammersluizen voor beroepsvaart en pleziervaart. Dat maakt dit werk belangrijk voor de scheepvaart, maar ook voor het waterbeheer. Landbouw vraagt om zoet water, terwijl de schaal- en schelpdiersector afhankelijk is van zout water. Op dat punt komen verschillende Zeeuwse belangen samen.

De Oesterdam ligt tussen Tholen en Zuid-Beveland en werd gebouwd tussen 1979 en 1989. Met ongeveer 10,5 kilometer is dit de langste dam binnen de Deltawerken. De dam scheidt de Oosterschelde van het Zoommeer. Aan de noordkant ligt de Bergse Diepsluis.

Voor Tholen was dit een grote verandering. De dam gaf een directe verbinding met de rest van Zeeland. Tegelijk veranderde ook hier het watersysteem ingrijpend.

De Bathse Spuisluis

Minder opvallend, maar wel belangrijk, is de Bathse Spuisluis. Die ligt bij Bath, aan de Westerschelde in Reimerswaal, en werd gebouwd tussen 1980 en 1987.

Dit werk is niet in de eerste plaats bedoeld als stormvloedkering. De spuisluis voert zoet water af naar de Westerschelde en helpt zo bij het verversen van het water in het Volkerak-Zoommeer. Daarmee speelt het werk een rol in de waterkwaliteit.

Wie aan de Deltawerken denkt, ziet vaak als eerste de Oosterscheldekering voor zich. Toch laat juist de Bathse Spuisluis zien dat het Deltaplan in Zeeland ook draait om beheer, afvoer en het in balans houden van verschillende watersystemen.

Wat de Deltawerken Zeeland hebben gebracht

De meest directe opbrengst is veiligheid. Dat is de kern van het hele project. Maar in Zeeland bleef het daar niet bij.

De dammen brachten ook nieuwe verbindingen. Wegen als de N57, N256 en N659 lopen over of langs werken die ooit vooral voor waterveiligheid zijn aangelegd. Daardoor werden afstanden kleiner in tijd, ook al bleef het landschap zelf herkenbaar Zeeuws.

Daarnaast veranderde het gebruik van het water. Op sommige plekken verdween de open verbinding met zee. Daar kwamen meren, recreatiegebieden en andere vormen van natuur voor terug. Dat leverde kansen op, maar vroeg ook aanpassing van bewoners, vissers en boeren.

Die dubbelheid hoort bij het verhaal van de Deltawerken in Zeeland. Voor de een staat vooral de veiligheid voorop. Voor de ander is ook het verlies van getij, open water of oude verbindingen een deel van de geschiedenis. Bij de Oosterschelde zijn die twee perspectieven nog altijd goed zichtbaar: beschermen tegen het water, zonder het gebied helemaal af te sluiten.

Deltawerken als deel van het dagelijks Zeeland

In Zeeland zijn de waterwerken geen decor op afstand. Ze liggen op routes die veel mensen gewoon gebruiken. Een dam is hier vaak ook een weg naar werk, school of familie. Dat maakt de Deltawerken tastbaar.

Bij Neeltje Jans wordt het verhaal van de stormvloedkering zichtbaar voor bezoekers. In Ouwerkerk houdt het Watersnoodmuseum de herinnering aan 1953 levend. En op plekken als de Philipsdam of de Oesterdam zie je hoe techniek, verkeer en landschap in elkaar overlopen.

Dat is misschien wel het meest Zeeuwse aan deze geschiedenis. De Deltawerken zijn hier niet los te zien van het dagelijks leven. Ze horen bij de provincie zoals dijken, slikken en zeearmen erbij horen.

FAQ

Waarom zijn de Deltawerken gebouwd?

Na de Watersnoodramp van 1953 wilde Nederland de kans op grote overstromingen in het deltagebied sterk verkleinen.

Welke Deltawerken liggen in Zeeland?

Dat zijn de Oosterscheldekering, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam, Oesterdam, Veerse Gatdam, Zandkreekdam en Bathse Spuisluis.

Wat is het bekendste Deltawerk in Zeeland?

De Oosterscheldekering is het bekendste werk, vooral door de omvang en de ligging tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland.

Wat doet de Oosterscheldekering precies?

De kering beschermt tegen hoogwater, maar laat bij normale omstandigheden eb en vloed in de Oosterschelde toe.

Wat is de langste dam van de Deltawerken?

De Oesterdam is met ongeveer 10,5 kilometer de langste dam binnen de Deltawerken.

Zijn alle verbindingen van de Deltawerken helemaal Zeeuws?

Nee. Sommige werken verbinden Zeeland met gebieden buiten de provincie, zoals Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland.


Posted

in

by

Tags:

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *