Bij de Bergse Diepsluis raast het verkeer over de Oesterdam, terwijl beneden het getij zijn werk doet. Wie daar stilstaat, kijkt niet alleen naar water en beton. Onder de bodem liggen de resten van Reimerswaal, een verdronken stad in Zeeland die ooit tot de grootste van het gewest hoorde.
De naam duikt op in verschillende vormen, zoals Rommerswael en Reymerswael. Wat bleef hangen, is vooral het verhaal: een stad die groeide, rijk werd, terrein verloor en uiteindelijk onder water verdween. Dat maakt Reimerswaal nog altijd tot een van de bekendste verdwenen plaatsen van Zeeland.
Waar Reimerswaal lag
Reimerswaal lag op Zuid-Beveland, aan de zuidoever van de Oosterschelde. De stad bevond zich in de buurt van het huidige tracé van de Oesterdam en de Bergse Diepsluis. Door latere overstromingen en waterbouwkundige werken ligt de plek nu onder water en onder delen van de dam en sluis.
Dat is meer dan een aardige bijzonderheid op de kaart. Het laat zien hoe sterk het Zeeuwse landschap kon veranderen. Een stad kon in enkele generaties van een handelsplaats aan het water veranderen in een kwetsbare uithoek, en daarna helemaal uit zicht raken.
Na de overstroming van 1532 kwam Reimerswaal los te liggen van Zuid-Beveland. De stad werd toen feitelijk een eiland. Daarmee veranderde niet alleen de ligging, maar ook de toekomst van de plaats.
Een stad van betekenis
Reimerswaal was geen klein dorp dat toevallig een naam naliet. De stad had gewicht. In de late middeleeuwen gold zij als de derde stad van Zeeland, na Middelburg en Zierikzee. Op het hoogtepunt woonden er naar schatting ongeveer 6000 mensen.
De eerste vermelding van Reimerswaal wordt meestal geplaatst in 1203 of 1214. In 1375 kreeg de plaats stadsrechten. Vanaf dat moment groeide zij uit tot een stedelijk centrum in een streek waar handel, scheepvaart en ambacht nauw met elkaar samenhingen.
De welvaart kwam uit meerdere bronnen. De haven speelde een grote rol. Daarnaast verdienden inwoners aan zoutwinning, meekrapteelt en wolnijverheid. Dat past in het bredere Zeeuwse patroon van die tijd: leven met het water, en tegelijk afhankelijk zijn van wat handel en bodem opleverden.
Opvallend is dat het gebied binnen de vestingwallen nooit helemaal werd volgebouwd. Reimerswaal had dus wel de omvang en status van een stad, maar hield ook open ruimte binnen de omwalling. Dat zegt iets over de manier waarop de plaats zich ontwikkelde.
Hoe het water terrein won
In Zeeland is de strijd tegen het water geen losse episode uit het verleden. Bij Reimerswaal bepaalde die strijd het hele verloop van de geschiedenis. De ondergang kwam niet in één klap. Het was een reeks van beschadigingen, doorbraken en verliezen.
Een belangrijke factor was de moernering, het afgraven van veen voor zoutwinning. Dat leverde geld op, maar tastte ook de bodem aan. Daardoor werd het land kwetsbaarder. Als dijken dan verzwakten of stormvloeden toesloegen, waren de gevolgen groter.
De eerste grote ramp kwam op 5 november 1530, tijdens de Sint-Felixvloed, in Zeeland bekend als de Quade Saterdach. Daarbij gingen de ommelanden verloren. Twee jaar later volgde opnieuw een zware overstroming. In 1532 raakte Reimerswaal afgesneden van Zuid-Beveland.
Daarna volgde geen stevig herstel. In 1551 gingen herstelde dijken opnieuw verloren en verdwenen dorpen in de omgeving. In 1555 brak de laatste dijk door, waarna het water tot aan de stadsmuren kwam. In 1557 bezweken ook de stadswallen en gingen veel huizen verloren.
Zo werd de stad stukje bij beetje uitgehold. Eerst verdween het land eromheen. Daarna de bescherming. Vervolgens de bebouwing zelf. Voor een Zeeuwse stad was dat fataal.
Oorlog als extra slag
Alsof de overstromingen nog niet genoeg schade hadden aangericht, kreeg Reimerswaal ook met oorlog te maken. In 1573 namen de geuzen de stad in en brandden haar plat. Wat nog overeind stond, raakte daarna verder in verval.
De plek werd vervolgens gebruikt als steengroeve. Materialen uit de verlaten stad kregen elders een nieuwe bestemming. Dat gebeurde vaker met verlaten nederzettingen, maar hier versnelde het de verdwijning van wat nog zichtbaar was.
Begin 18e eeuw waren de laatste resten in het water verdwenen. Daarmee hield Reimerswaal op als zichtbare plaats in het landschap. De naam bleef wel bestaan in kaarten, archieven en verhalen over verdronken land.
Wat er nu nog van Reimerswaal over is
Wie vandaag vraagt wat er nog te zien is van Reimerswaal, krijgt geen antwoord in de vorm van straatjes of gevels. De resten liggen onder de Oosterschelde, deels onder de Oesterdam en bij de Bergse Diepsluis. Bij zeer laag water zouden soms nog sporen zichtbaar kunnen zijn, maar voor de meeste mensen blijft de stad verborgen.
Toch is de plek niet verdwenen uit beeld. Archeologen hebben er onderzoek naar gedaan en de historische waarde is officieel erkend. De overblijfselen van Reimerswaal hebben de status van archeologisch rijksmonument. Daarmee is vastgelegd dat het om een beschermde vindplaats gaat.
Bij de aanleg van latere waterwerken kreeg de oude stad nog een onverwachte rol. De Bergse Diepsluis werd over de resten gebouwd, en later liep ook de Oesterdam over het gebied waar de stad lag. Daarbij speelde mee dat de oude fundamenten voor een stevige ondergrond zorgden.
Dat geeft de plek een wrange lading. Wat ooit verloren ging door water en dijkbreuken, werd later onderdeel van een waterstaatkundig landschap dat juist bedoeld is om Zeeland beter te beschermen.
Herinnering langs de Oosterschelde
Reimerswaal leeft voort op een paar tastbare plekken. Langs de Oesterdam staan informatieborden die uitleg geven over de verdronken stad. Bij de Bergse Diepsluis is een informatiepunt over verdronken dorpen ingericht. In Yerseke is in het OosterscheldeMuseum een maquette van de stad te zien.
Ook de naam bleef in gebruik. De huidige gemeente Reimerswaal draagt de naam van de verdwenen stad. Zo kreeg een plaats die al lang onder water ligt toch opnieuw een plek op de kaart van Zeeland.
Rond de resten hing lang een sfeer van zoeken en vinden. Tot in de twintigste eeuw haalden mensen aardewerk en andere voorwerpen uit het slik. Dat zegt iets over de aantrekkingskracht van deze plek. Reimerswaal is weg, maar nooit helemaal uit het Zeeuwse geheugen verdwenen.
Waarom dit verhaal blijft hangen
Zeeland kent meer verdronken dorpen en verdwenen stukken land. Toch neemt Reimerswaal een aparte plaats in. Dat komt door de schaal van de stad, door haar vroegere betekenis en door de manier waarop de ondergang verliep.
Hier komen veel Zeeuwse lijnen samen. Handel en nijverheid. Moernering en dijkverval. Stormvloeden en oorlog. En later ook de Deltawerken, die over een oude stad heen kwamen te liggen. Daardoor gaat het verhaal niet alleen over verlies, maar ook over hoe Zeeland steeds opnieuw met het water heeft leren omgaan.
Bij de Bergse Diepsluis voel je dat misschien nog het meest. Boven je rijdt het verkeer door. Om je heen ligt een landschap van dammen, sluizen en getij. En onder dat alles rust een stad die ooit vol leven was.
FAQ
Waar lag Reimerswaal precies?
Reimerswaal lag op Zuid-Beveland, aan de zuidoever van de Oosterschelde, in het gebied van de huidige Oesterdam en Bergse Diepsluis.
Wanneer verdween Reimerswaal?
De neergang begon met de overstromingen van 1530 en 1532. De laatste zichtbare resten verdwenen begin 18e eeuw.
Waardoor ging Reimerswaal ten onder?
De stad verloor terrein door stormvloeden, verzwakte dijken en bodemdaling door moernering. Oorlogsgeweld versnelde het verval.
Is de verdronken stad Reimerswaal nog te bezoeken?
De stad zelf ligt onder water en onder delen van de dam en sluis. Wel zijn er langs de Oesterdam en bij de Bergse Diepsluis informatiepunten.
Wat is er nog over van Reimerswaal?
Vooral resten in de bodem, archeologische vondsten en de beschermde vindplaats. In Yerseke is ook een maquette van de stad te zien.
Waarom is Reimerswaal zo bekend?
Omdat het ooit een grote Zeeuwse stad was en daarna volledig verdween. Juist die combinatie maakt het verhaal bijzonder.

Leave a Reply